Samenvatting
Hartritme en hartritmestoornissen
Het sinusritme is het normale ritme van het hart. Dit ritme is min of meer regelmatig (de regelmaat varieert enigszins onder invloed van de ademhaling) en kent een bepaalde frequentie, die in rust tussen de 60 en 100 slagen per minuut bedraagt. Onder fysiologische omstandigheden kan de (rust)frequentie sneller of juist lager zijn, zoals respectievelijk bij emotie of een goed getrainde sporter. Wanneer deze fysiologische omstandigheden niet aanwezig zijn, maar de regelmaat en de frequentie van het ritme toch worden verstoord, spreken we van een hartritmestoornis (zie ook: AccreDidact, Hartritmestoornissen, 2010). De ernst van hartritmestoornissen kan variëren van onschuldig tot levensbedreigend. Hartritmestoornissen hoeven geen klachten te geven, maar kunnen gepaard gaan met ernstige verschijnselen, zoals een circulatiestilstand. Het potentiële risico en het optreden van de klachten (wat lang niet bij alle ritmestoornissen gebeurt) bepalen in hoeverre behandeling met medicijnen of andere maatregelen wenselijk is.
Anti-aritmica
Anti-aritmica zijn medicijnen die de pathofysiologische veranderingen die optreden in de elektrofysiologische eigenschappen van hartspierweefsel (myocard en geleidingsweefsel) kunnen tegengaan. In principe kunnen de meeste typen hartritmestoornissen met dergelijke medicijnen worden onderdrukt. De afgelopen jaren is echter gebleken, op basis van ervaring en wetenschappelijk onderzoek, dat het behandelen met anti-aritmica slechts in bepaalde gevallen werkelijk nuttig is en dat in andere situaties het gebruik van deze farmaca weinig zinvol of zelfs gevaarlijk is en bovendien gepaard kan gaan met vervelende bijwerkingen. Het behandelen van hartritmestoornissen met anti-aritmica gebeurt dan ook zeer selectief en de (neven)effecten moeten nauwlettend in de gaten gehouden worden. Het is wenselijk dat deze middelen alleen worden voorgeschreven door artsen die ervaring hebben met het gebruik ervan; over het algemeen zijn dat de cardiologen.
Accreditatie
Dit nascholingsprogramma is voor farmaceutisch consulenten voor 4 nascholingsuren geaccrediteerd (ID164564-ID162776).
Inhoud
BLOK A Pathofysiologie van hartritmestoornissen; eigenschappen en bijwerkingen van anti-aritmica
A1 Casuïstiek
A2 Pathofysiologie van hartritmestoornissen en de eigenschappen van anti-aritmica
A3 Bijwerkingen en contra-indicaties van anti-aritmica
BLOK B Behandeling van hartritmestoornissen
B1 Casuïstiek (vervolg)
B2 Behandeling van atriumfibrilleren met anti-aritmica
B3 Behandeling van ventrikeltachycardieën met anti-aritmica
B4 Katheterablatie
Actie en verantwoording
Literatuur
Nadere bespreking van casuïstiek
Opdrachtblad ‘Invoering in de apotheek’
Farmaceutische patiëntenzorg (FPZ)
Afsluitende toets
Auteur
Dr. R.J. (Rutger) Hassink is als cardioloog verbonden aan de Afdeling Cardiologie in het UMC Utrecht. Hij houdt zich voornamelijk bezig met de behandeling van patiënten met hartritmestoornissen. Die behandeling bestaat o.a. uit catheter-ablaties en ICD- en pacemakerimplantaties. Verder is hij betrokken bij diverse wetenschappelijk studies, met name onderzoek naar de onderliggende mechanismen van verschillende soorten hartritmestoornissen en de medicamenteuze en niet-medicamenteuze behandeling van deze aandoeningen.
Doelstellingen van dit nascholingsprogramma
Na afloop van dit nascholingsprogramma:
- bent u op de hoogte van de pathofysiologie van hartritmestoornissen en de eigenschappen van antiaritmica;
- kent u de bijwerkingen en contra-indicaties van anti-aritmica;
- hebt u meer informatie over de behandeling van atriumfibrilleren met anti-aritmica;
- bent u bekend met de behandeling van ventrikeltachycardieën met anti-aritmica;
- weet u welke niet-medicamenteuze behandeling van hartritmestoornissen mogelijk is.